VHP VERKLARING M.B.T. MOU. ALCOA

De regering van Suriname heeft onlangs een intentie verklaring (IV) getekend met de Alcoa, in verband met de beëindiging van de bauxiet industriële activiteiten van Suralco in Suriname. Uit de ons beschikbare informatie blijkt dat deze IV slechts van Surinaamse zijde is getekend. Ook heeft dit document DNA nog niet bereikt. In het kader van deze intentie verklaring (IV) moge het volgende dienen. Op pagina 6 lezen we dat bepalingen in deze IV, geen bindend karakter hebben en dat partijen het er over eens zijn dat communicatie en informatie in de aanloop naar en volgend op de uitvoering van deze IV confidentieel zijn onder een confidentiality agreement van 3 oktober 2014*. Wat deze geheimhouding agreement inhoudt, is absoluut onduidelijk. Een goede regering biedt het volk openheid en transparantie en houdt zaken niet geheim. De regering en de Alcoa, erkennen en komen overeen op pagina 6, dat deze IV niet de bedoeling heeft en niet mag worden opgevat als een contract, als het bewijs van een contract of als juridisch bindend te zijn voor de partijen, en het is niet de bedoeling dat de voorwaarden hierin vervat worden opgevat als exclusief. Als deze IV is geen contract is en indien voorwaarden in deze iv vervangbaar zijn, hoe zijn dan de belangen van Suriname veiliggesteld? Welke zekerheid bestaat rechtens, dat de Alcoa zal nakomen de afspraken, nadat ze de raffinaderij heeft ontmanteld en alle andere activiteiten heeft gestopt eind november aanstaande. De onderhandelingen over en de uitvoering van een definitieve overeenkomst, zal afhankelijk zijn van het bestuur en management van de Alcoa en de regering (p5). De Alcoa heeft dus in feite alle vrijheid rechtens, al of niet te onderhandelen over een definitieve overeenkomst. Haar belangen zijn veiliggesteld. Suriname kan dus rechtens, volgens deze bepaling, niets ondernemen tegen een weigerende Alcoa. Geen belang van Suriname is met deze bepaling gediend.

Op p6 lezen we dat deze IV volledig van kracht zal blijven totdat het beëindigd wordt door een schriftelijke kennisgeving van de ene partij naar de andere partij. Alcoa krijgt wederom een vrij eenvoudige manier om deze IV te beëindigen en dus af te komen van alle afspraken in deze iv. Suriname kan met lege handen komen te zitten. Deze bepaling, ondanks er diep ingrijpende belangen van de samenleving in geding zijn. In geen land ter wereld zou de Alcoa zo een IV kunnen krijgen.

De Alcoa stelt op p2 dat er een Suralco crisis heerst, daar o.a de bauxiet voorraden van Suralco zijn geput, en dat ze de Bakhuis(BKH)bauxietafzetting eerder als een potentiële bron van bauxiet voor Suralco geïdentificeerd heeft, maar die wegens o.a. het ontbreken van een concurrerende stabiele bron van energie niet haalbaar heeft bevonden. Indien de Alcoa na studies de exploitatie van (BKH) bauxietafzetting reeds heeft afgewezen wegens het ontbreken van concurrerende stabiele bron van energie, waarom zou de Alcoa zich dan nu bezig gaan houden met het aantrekken van andere investeerders voor dezelfde bauxiet afzetting? Die concurrerende stabiele bron van energie is er vooralsnog niet aanwezig.

De regering en de Alcoa komen overeen (p5) dat: *andere belangrijke elementen van overeenkomst in deze IV, bedoeld zijn om te worden aangevuld en te worden vervangen met bepalingen en voorwaarden die de partijen gebruikelijk en geschikt achten*. Welke elementen van overeenkomst van deze IV, zijn die wel en welke die niet mogen worden aangevuld c.q. vervangen?. Er is grote onduidelijkheid en geen enkele rechtszekerheid voor Suriname. Een ernstige vorm van grove nalatigheid van de regering. De regering en de Alcoa spreken af (p2) dat Alcoa de productie zal reduceren tot nul. Is dat een belangrijke element van overeenkomst dat niet zal worden aangevuld c.q. vervangen?

Suriname gaat dus akkoord met de gevolgen daarvan: het wegvallen van grote inkomsten voor de Surinaamse economie, ca. 260 miljoen USD gemiddeld per jaar aan staatsinkomsten plus personeelskosten, plus betaling aan lokale leveranciers, en wel met enorme sociale en economische gevolgen. Heeft de regering deze gevolgen wel doorgerekend? Wat is het plan voor de opvang van de gevolgen daarvan?

Alcoa en Suriname zullen een ontwikkeling partnerschap vormen om te trachten investeerders te vinden; en indien mogelijk verder te implementeren de mijnbouw en raffinaderij projecten, op basis van de BKH bauxietafzetting. Gezien de Alcoa deze bauxietafzetting reeds onderwerp van studie heeft gehad en zelf de exploitatie daarvan heeft afgewezen, hoe kan ze andere investeerders trachten te vinden voor dit project?

Op p4 van de IV, lezen we dat de Alcoa, op basis van haar eigen evaluatie van de economische aantrekkelijkheid van het raffinaderij concept, haar investeringspositie zal bepalen, en verder, zelf zal bepalen of de samenwerking met de regering al of niet voortgezet zal worden om andere investeerders trachten aan te trekken. Suriname gaat akkoord met deze bepaling en geeft de Alcoa dus ook hier alle vrijheid en mogelijkheid om af te haken wanneer ze dat wenst. Welke houvast en zekerheid heeft Suriname voor de exploitatie van BKH bauxietafzetting, zoals de president in zijn jaarrede heeft beloofd aan het volk? Er zijn ook geen enkele criteria aangegeven, waaraan een weigering van de zijde van Alcoa kan worden getoetst. Een afspraak van Suriname waarmee bijzonder grote nationale belangen op spel wordt gezet.

Het is van groot belang dat de beëindiging van de bauxiet industrie met enorme gevolgen en de onderhandelingen daaromtrent, in een duidelijk, goed uitgebalanceerd kader dienen plaats te vinden, waarbij gerechtvaardigde verwachtingen van beide partijen in acht worden genomen . De Brokopondo-overeenkomst (BO) geeft heel goede handvatten aan, duidelijk en concreet, in art. XVIII, dat in een geval van gewijzigde omstandigheden, Suriname en de Suralco, deze overeenkomst kunnen aanvullen of wijzigen. Dus niet alleen de Alcoa/Suralco zal bepalen, maar Suriname heeft alle mogelijkheid voor inbreng volgens deze overeenkomst, die bij een IV niet opzij gezet kan worden.

Bij de onderhandelingen tot wijziging van deze b-o moeten partijen steeds in de gaten houden dat:

1.Het Bokopondoplan (BP), waaronder de Afobaka Hydrocentrale (AHC), een gemeenschappelijke onderneming van Suriname en Suralco is. (b-o art I lid c 3)

2. In de b-o is bepaald dat alle energie, dat opgewekt zal worden door de ahc, afgezonderd hetgeen voor Suriname is gereserveerd (b-o art I lid9), geheel beschikbaar zijn voor Suralco ten gebruike in haar bedrijven of ondernemingen en voor al haar werkzaamheden, die daaruit voortvloeien of daarmee op enigerlei wijze verband houden. Het uitvallen van bedrijvigheden zal dus gezamenlijk worden beslist.

3. Volgens de b-o zal Suralco niet het recht hebben, enige gedeelte van die energie aan derden te verkopen of op andere wijze af te staan. (art I lid 8).

Deze bepalingen in de b-o zullen o.m. de invalshoek moeten vormen voor verdere onderhandelingen. Een hele belangrijke bepaling in de IV is, dat de AHC zal worden overgedragen, maar overeengekomen is dat, dat zal geschieden in een bepaald kader. Wat zal er gebeuren indien dat aangegeven kader (*de afspraken in de IV, de geest van de samenwerking en ondersteuning van de regering zoals gedefinieerd door de elementen van de IV*) wegvalt, bv doordat de IV opgezegd wordt door de Alcoa na de ontmanteling en beëindiging van de activiteiten?

Ook is niet aangegeven aan wie de AHC zal worden overgedragen en of is er een prijskaartje daaraan is verbonden. Deze zaken moeten uitdrukkelijk en onherroepelijk worden aangegeven in de IV. In de te sluiten overeenkomst van beëindiging van de b-o, die bij wet moet geschieden, zal moeten worden opgenomen dat de AHCalleen aan de staat Suriname, en om niet, zal worden overgedragen.

Met betrekking tot de toekomstige energie leveringen aan Suriname, spreken Suriname en Suralco af een oliereferentie prijs. Waarom Suriname akkoord gaat met de koppeling van een hydro-energie prijs met aardolieprijs is onduidelijk. Deze koppeling is onlogisch en niet in Surinaams belang. De B-O geeft aan, welke kosten Suriname zal betalen, bij afname van energie, dat gereserveerd is voor Suriname, waarom vindt geen analogische toepassing van die gedachte?

Die gedachte geeft een rechtvaardig systeem, je betaalt de kosten voor wat je ontvangt. Niet bekend is ook wat de prijs per kWh voor de hydro-energie zal zijn met deze afgesproken koppeling met de aardolieprijs. Suriname spreekt ook af dat een *a surcharge of 100.000 usd per month will be added to all monthly invoices*. Een extra betaling door Suriname aan de Alcoa op de energie rekeningen. Waarom? Wat is deze surcharge precies? Wat Suriname reeds betaalt voor geleverde energie, zijn alle kosten plus winst voor de Alcoa, waarom een surcharge van 100.000 USD per maand betalen aan de Alcoa? Welk belang dient de regering met deze last op het arme volk van Suriname?

Op p 5 wordt overeengekomen dat alle extra energie geleverd aan Surinaamse overheid, boven 700 MWH, zal gekocht worden door de regering tegen een vaste prijs van 0,049 USD per kWH. Hoe komt de regering aan deze prijs? Er is thans een nieuwe situatie voor Suriname, waarbij alle voordelen voor Suriname uit deze B-O wegvallen en er ontstaan zeer nadelige gevolgen voor Suriname. In deze situatie zal een rechtvaardig berekeningsmethode voor de energieprijs worden overeengekomen op basis van de bijdragen van de betrokken partijen bij deze gezamenlijke onderneming voor energieproductie. Waarom wordt niet de methode die de B-O reeds aangeeft gehanteerd? Als Alcoa winst op de kostprijs wil uit die gezamenlijke onderneming, dan wil Suriname ook winst op de kostprijs, want Suriname levert een grote bijdrage aan de energieproductie via de AHC. Dat is rechtvaardig.

De kostprijs van de Hydro energie lag tussen de 0,4/0,5 USD centen per kWh (ca. een halve dollarcent per kWh), aangegeven zal daarom moeten worden wat de kostprijs van de AHC energie per kWh nu is. De informatie is dat voor reeds afgeschreven hydro-energie centrales (de AHCis reeds lang afgeschreven volgens de afgesproken versnelde afschrijvingsmethode) minder dan 2 USD centen per kWh bedraagt. Waarom wordt dan afgesproken 4,9 centen per kWh afgesproken? Dat moet goed uitgelegd worden, het gaat om vele miljoenen USD die het volk en onze ondernemers zullen moeten ophoesten vele tientallen jaren. Onze concurrentie wordt daardoor mede bepaald. Ook de bij B-O afgesproken en gereserveerde 80 miljoen kWh energie voor Suriname voor een afgesproken prijs, zal nimmer opgegeven moeten worden en zal onderdeel moeten blijven van een definitieve overeenkomst.

Vanwege het feit dat naast deze aangedragen zaken er nog meerdere punten van zorg zijn in de iv, waarbij de belangen van Suriname ernstig geschaad worden, roepen we de regering op om de opzegging van de IV in overweging te nemen, en te beginnen met serieuze onderhandelingen met de Alcoa, en wel met inschakeling van ter zake deskundigen en bestaande wettelijke structuren.

De VOORUITSTREVENDE HERVORMINGS-PARTIJ (VHP)