Hoe Misiekaba stigmatiseert

Het paarse DNA-lid Misiekaba spreekt met zijn wijdlopige anti-VHP schotschrift in Starnieuws (12-2-2015) zichzelf tegen. Waarom immers zoveel aandacht besteden aan een partij die naar jouw eigen zeggen electoraal volstrekt niet opgewassen is tegen jouw partij?! Misiekaba troost zich met kijken in de achteruitkijk spiegel door zich exclusief en selectief-cijfermatig te baseren op verkiezingsuitslagen. De verschuivingen in de politieke krachtsverhoudingen na 2010 blijven in zijn schotschrift volledig buiten het gezichtsveld. Toen de ‘jongere’ Misiekaba, tegen zijn verkiezingsbelofte in, optrad als een van de indieners van de zelfamnestiewet, was zijn devies dat niet achterom moest worden gekeken. De geschiedenis moest het zwijgen worden opgelegd. Die redenering komt hem nu kennelijk niet van pas. 

Paarse zorgen 

Misiekaba verwoordt met zijn schotschrift de paarse zorgen om de groeiende politiek-morele invloed van de VHP van Chan Santokhi. NDP/MC zag hun aantal zetels in het parlement met ruim 27% verschrompelen ten gunste van de VHP/NF, die hun strategische versterking verzilverden in de brede, multi-etnische combinatie V7. De aanwezigheid op de drukbezochte V7 massameeting van de NDP parlementsleden Noreen Cheung en Charles Pahlad, samen goed voor ruim 11% van het aantal paarse DNA zetels, getuigde van de politieke erosie van de NDP. Pahlad was onder-voorzitter van de NDP, votegetter van Wanica en de man aan wie de paarse president het, paars gegunde – met dank aan China -beloofziekenhuis van Wanica, opdroeg. De objectieve veranderingen in de politieke krachtsverhoudingen hebben ook subjectieve gevolgen. Zo zijn de eerder door Parmessar en andere NDP-toppers beloofde ’26 zetels’ voor de NDP recent teruggebracht tot het veel bescheidenere ‘de kiezer beslist’ van de NDP voorzitter (mijn kanttekening: bij eerlijke verkiezingen).

Paarse vlaggen 

Volgens IDOS onderzoek vindt bijna driekwart van de bevolking deze overheid corrupt. NDP-topper Sital noemde corruptie ‘de lifestyle’ van de huidige machthebbers. Corruptie is geen vondst van deze regering. Maar de cultuur van de straffeloosheid, die zich niet heeft beperkt tot de mensenrechten schendingen (zelfamnestiewet), heeft voor een ongekende escalatie van de corruptie zorggedragen. Het nieuwe begrip ‘megacorruptie’ getuigt van die tragische ontwikkeling in Suriname. Wereldbank president Jim Young Kim heeft corruptie in ontwikkelingslanden ‘public enemy number one’ genoemd. Hij zei dat elke dollar die in de zakken van corruptelingen verdwijnt een dollar minder is voor onderwijs, of gezondheidszorg of armoedebestrijding. Megacorruptie en verspilling hebben de meeropbrengsten uit de extractieve industrieën doen verdampen. En zelfs toen de staatsinkomsten daalden vanwege de dalende goudprijs, bleven de staatsuitgaven groeien. 

Volksvertegenwoordiger Arthur Tjin A Tsoi becijferde dat het budget van het kabinet van de paarse president het veertigvoudige is van die van het kabinet van president Ronald Venetiaan. Evenals in 1996-2000 werd weer geteerd op de toekomst. De staatschuld steeg, het begrotingstekort groeide, de monetaire reserve kelderde, de munt devalueerde en belandde weer op de glijdende schaal, de koopkracht daalde, vier ministers van financiën ten spijt. Waddy Sowma, voorzitter van de Vereniging van Economisten in Suriname (VES), wond er geen doekjes om: de Surinaamse dollar moet worden gedevalueerd. Toch wordt het land bedolven onder de paarse vlaggen. De omvang van de paarse vlaggenzee lijkt omgekeerd evenredig aan de reële waarde van de Surinaamse munt en het verlies aan bestuurlijk-moreel gezag. De paarse vlag imponeert als een vlag op een modderschuit, moreel even leeg als de paarse leuze van ‘nog vijf’- die ook het symbool van de Kiescommissie lijkt te hebben geïnspireerd. Een leuze voor nog vijf jaren onbehoorlijk bestuur waar zelfs op de knieën, theatraal om gesmeekt moet worden, onder aanroepen van de Venezolaanse mantra van de nationale verdeeldheid en onverdraagzaamheid: ‘de oppositie is handlanger van het buitenland!’. 

Etnische uitstraling 

In zijn NDP-versus-VHP schotschrift vermijdt Misiekaba het inhoudelijke debat. Niets over megacorruptie en integriteit van het openbaar bestuur. Niets over misdrijven tegen de menselijkheid en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. Niets over de zelfamnestiewet en respect voor de grondwet en internationale mensenrechtenverdragen. Niets over verkiezingsbeloften en woordbreuk. Niets over strafbladen en de status van hoofdverdachte in relatie tot de waardigheid van het presidentschap. Niets over vriendjespolitiek, partijdige gunningen en concessiebeleid, en de noodzaak van transparant en verantwoord bestuur. Niets over groeiende gevoel van onveiligheid, de verruwde criminaliteit en de noodzaak van effectief veiligheidsbeleid en rechtszekerheid. Niets over het tanende internationale gezag van Suriname en de noodzaak geen schade maar versterking van internationale samenwerking te realiseren. Nee, niets van dat alles, Misiekaba richt zijn pijlen exclusief op de etnische samenstelling van de VHP. Dat hij daarbij gewiekst vermijdt het beestje bij de naam te noemen, haalt niet weg dat hij wijst op de Hindostaanse mensen van de VHP. Uitsluitend op gronden van bemensing concludeert hij dat de VHP zich aan ‘etnische politiekvoering’ schuldig maakt. In ‘hoge functies’ zou de VHP – geëxpliciteerd - slechts Hindostanen benoemen en volgens Misiekaba dus een ‘etnische uitstraling’ hebben. 

Nationale uitstraling 

De NDP zou volgens Misiekaba, in tegenstelling tot de VHP, een ‘nationale uitstraling’ hebben. Het klopt dat de NDP relatief veel investeert in een ‘nationale uitstraling’ (lees multi-etnische,) als electorale window-dressing, en daarbij op minder cruciale politiek en bestuurlijke posities ook mensen situeert met een andere etnische afkomst dan die van de leidende, harde kern van de partij. Er zijn goedgelovigen die deze propagandistische voorstelling verwarren met de feitelijke situatie. Maar kijk naar de personele bezetting van de echte machtsposities van staat en partij, die binnen de invloedssfeer van het paarse leiderschap liggen: de NDP voorzitter, de president en zijn lijfwachten, de directeur van het Kabinet van de President, de directeur Nationale Veiligheid van het Kabinet van de President, de woordvoerder van de president en baas van de staatsmedia, de minister van Defensie, de minister van Justitie en Politie, de minister van Financiën, de Governor van de Centrale Bank, de voorzitter van de Nationale Assemblee, de fractievoorzitter van de NDP/MC, de korpschef van de Politie, het hoofd van de Centrale inlichtingen en Veiligheidsdienst (CIVD), de bevelhebber van het Nationaal Leger. 

De qua samenstelling stedelijke Afro-Surinaamse (vroeger: creoolse) dominantie van de NDP is dan ook onmiskenbaar. Dat Misiekaba in het geval van een disproportioneel hoge Afro-Surinaamse personeelsbezetting van hoge staats- en partijfuncties spreekt van een ‘nationale uitstraling’, en in het geval van een disproportioneel hoge Hindostaanse personeelsbezetting spreekt van ‘etnische uitstraling’, verraadt meten met twee maten.

Land van minderheden 

Suriname is een natie van etnische minderheden, die hun roots hebben in verschillende continenten. Hun wortels reiken in culturen die veel ouder zijn dan de Surinaamse. Tolerantie en gedragen nationale eenheid vragen om een positieve, niet-pejoratieve houding jegens de etniciteit van de andere. Cultuur reflecteert de historische betrokkenheid van grote groepen mensen. Nationaal in de inclusieve betekenis van het woord kan in Suriname niets anders betekenen dan het omarmen in gelijkwaardigheid van die historische betrokkenheid van al de etnische groepen, inclusief die van de meest recente immigranten. Nationaal plaatsen tegenover etniciteit is in Suriname een anachronisme. In veel multi-etnische ontwikkelingslanden heeft dat etatistisch concept geleid tot bloedige onderdrukking door de heersende etnische elite. De etnische verzuiling is deel van de Surinaamse conditie. 

Juist in de politiek, waar identiteit en identificatie een sleutelrol spelen, is die realiteit onontkoombaar. Openlijk of heimelijk spelen politieke partijen in op die maatschappelijke realiteit. En die realiteit blijkt taaier dan fraaie politieke leuzen over ‘wij zijn een nationale partij’. Geen partij kan aan haar leden ontsnappen. Waar het om gaat is de vreedzaamheid en emancipatie voor allen ongeacht etnische afkomst mogelijk te maken, en discriminatie en achterstelling te bestrijden en/of te voorkomen. Zonder rechtsstaat, deugdelijk bestuur, een effectieve economie en sociale rechtvaardigheid is het ideaal van een welvarende, ontwikkelde, interculturele samenleving, waar de Surinamers niet naast elkaar maar met elkaar leven en lachen, niet denkbaar. Een corrupte staat geeft ruimbaan aan willekeur en daarmee aan vriendjespolitiek en etno-nepotisme. Een staat die instrumenteel is aan partijpolitieke(lees etnische) bevoordeling handelt feitelijk buiten het staatsrecht, volgens welke alle burgers gelijk zijn voor de wet. Bevoordeling van mijn familielid, partijgenoot of lid van mijn etnische groep, is ten nadele van een andere burger, dat heet discriminatie. De uitdaging is dan ook van partijpolitieke emancipatie te gaan naar staatsrechtelijke emancipatie, waarbij de overheid transparant beginselen van rechtsgelijkheid en van de ‘juiste mens op de juiste plaats’ (integriteit en competentie) combineert met een effectief non-discriminatie – en minderhedenbeleid dat door rechtshandhaving, affirmative policies, onderwijsvernieuwing en andere sociaal beleid, achterstanden helpt inlopen en sociale gelijkheid helpt bevorderen.

Stigmatisering 

Misiekaba heeft in zijn anti-VHP schotschrift de morele fout begaan, in de geest van meten-met-twee-maten, de VHP van ‘etnische politiekvoering’ te beschuldigen op de exclusieve grondslag van de etnische samenstelling van die partij. Noch het partijprogramma of statuut, noch de partijstandpunten, noch de partijhistorie en partijcultuur, noch de demografische realiteit, kregen van hem enige aandacht. Niet wat zij denken of doen, maar dat partij en fractie voornamelijk uit Hindostanen bestaan, maakt hen verdacht van etnocentrisme. Niet wat zij denken of doen, maar wie zij zijn, is bij Misiekaba voldoende voor negatieve duiding. Dat heet stigmatisering. 

Theo Para

Bron: Starnieuws

Bron foto: google