Relatie Suriname-Nederland deel 2

De huidige relatie Suriname - Nederland zou wellicht het treffendst kunnen worden weergegeven door de pakkende slogan: “Twee landen, een gevoel”, van ons telecombedrijf Telesur ,waarmee de tweelanden- simkaart in een reclame campagne prominent wordt aangeprezen: 

Jagernath Lachmon had deze verbondenheid in andere bewoordingen weergegeven toen hij tijdens de onafhankelijkheidsdebatten in de Eerste Kamer op 28 October 1975 onder meer betoogde:

“ Na 25 november zijn wij geen Nederlanders meer. Ik hoop en verwacht echter dat de banden die 300 jaren lang zijn gesmeed ,zullen blijven bestaan. Wij zullen alleen de politieke banden doorknippen, maar andere banden kunnen veel sterker zijn”.

En een van die andere banden was de vestiging van een groot deel van de Surinaamse bevolking in Nederland. 

De nieuwe Surinaamse staat werd weliswaar gevormd door het soevereine Suriname, maar de Surinaamse natie was verdeeld over Suriname en Nederland.

Jagernath Lachmon werd vanwege zijn steeds terugkerend pleidooi voor hechte betrekkingen tussen Suriname en Nederland aangeduid als “Lachmon van Oranje”.

Dat de interstatelijke betrekkingen vanaf 1975 vele dieptepunten heeft gekend, zal u duidelijk zijn geworden na de lezing van Professor Oostindie. 

De speciale relatie tussen de beide landen verdween gaandeweg naar de achtergrond, vooral in de periode van militair gedomineerd bestuur van 1980-1988. 

Na herstel van de democratie waarbij, zoals bekend Jagernath Lachmon een centrale rol vervulde, bleven wederzijdse irritaties tusen de regeringen van Suriname en Nederland bestaan bij de uitvoering van het ontwikkelingssamenwerkingsverdrag van 1975.

In 1996 werd, na een korte opleving van de democratie, de Nieuw Front regering onder leiding van president Venetiaan vervangen door de regering Wijdenbosch. 

De bilaterale relatie werd daarop door Den Haag opgehangen aan de persoon van Desi Bouterse, zoals blijkt uit de kamerbrief d.d. 17 maart 1997, waarbij de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken onder meer schreef:

“De betrekkingen tussen Suriname en Nederland vinden hun weerslag in het Raamverdrag voor Vriendschap en Samenwerking waarin de bevordering en versterking van democratie en rechtsstaat centraal staan. De verwezenlijking van deze hoofddoelstelling is niet gediend met een versterking van de positie van de heer Bouterse en met een officiёle internationale rol van betrokkene, die in Nederland de status van verdachte heeft in een lopend gerechtelijk vooronderzoek inzake overtreding van de opiumwet en daaraan gerelateerde strafbare feiten”.

De samenwerking tussen de beide landen in de periode 1975-2000 werd in het beleidsdocument van D. Kruijt en M. Maks terecht aangeduid als ” een belaste relatie”. 

Nadat het Nieuw Front in het jaar 2000 weer de leiding van het land in handen kreeg richtte de Nederlandse politiek zich op een nieuwe invulling van de bilaterale betrekkingen met Suriname: 

Het Nederlandse buitenlands beleid zou zich voortaan richten op: Gelijkwaardigheid, Zakelijkheid en Betrokkenheid.

Met deze benadering werd ernaar gestreefd om de factor ”emotie” uit de voorgaande prille fase van de dekolonisatie naar de achtergrond te dringen.

In 2005 continueerde de Nieuw Front regering haar beleid en van Nederlandse zijde, maar ook regionaal en internationaal werd Suriname steeds meer als een zelfstandige politieke actor onderkend. 

Op 25 januarie 2008 produceerde toenmalig minister voor Ontwikkelingssamenwerking, Bert Koenders, een brief aan de Tweede Kamer, waarin gewag werd gemaakt van “ goede betrekkingen” met Suriname en van” samenwerking op velerlei terreinen”.

Na een periode van stabiele betrekkingen kwam er in 2010 een kink in de Nederlands-Surinaamse kabel door het aantreden van Desi Bouterse als president van Suriname. 

Chan Santokhi