Relatie Suriname-Nederland deel 1

Allereerst wil ik de VHP-Nederland die de Jaggernath Lachmon lezing heeft georganiseerd, hartelijk dankzeggen voor de invitatie als gast aanwezig te mogen zijn.

Met veel belangstelling heb ik geluisterd naar de lezing van professor Oostindie over hoe het met de betrekkingen tussen Suriname en Nederland verder moet. 

Als de voorbije jaren sinds de onafhankelijkheid iets hebben aangetoond, dan is het wel, dat de bevolking van beide landen niets heeft gehad aan spanningen in de relatie. 

Dat is ook niet wat onze bevolkingen willen en het is tijd dat wij als politici beter gaan luisteren naar de wensen van de bevolking en niet steeds over hun hoofden heen allerlei besluiten nemen.

In Suriname behoort niet het belang van een enkeling of van een toevallige regering te domineren, maar het belang van het welzijn van het Surinaamse volk. 

Dat is helaas te vaak uit het oog verloren, ook aan Nederlandse zijde. 

Het is duidelijk wat de belangen van het Surinaamse volk zijn, namelijk: Vrijheid om familie en kennissen te gaan bezoeken, want nog steeds bestaat er een heel sterke familieband met de ruim 380.000 Surinamers in Nederland. 

Vrijheid om te studeren aan Nederlandse universiteiten en andere instituten, want vanwege de Nederlandse taal blijft dit een belangrijk bestemmingsland. 

De Twinningsfaciliteit Suriname-Nederland heeft ruimschoots aangetoond dat er ook enorm veel relaties tussen allerlei organisaties aan beide zijden van de oceaan bestaan. 

Maar laat ik even bij de eerste twee evidente zaken, n.l. het personenverkeer en het onderwijs, stilstaan en wat opmerkingen maken. 

Deze twee concrete volksbelangen vereisen wel dat de regeringen van beide landen een aantal zaken in de beleidssfeer regelen, om deze te faciliteren. 

Zo moet er goed overleg zijn rond het personenverkeer en goed overleg in de onderwijssfeer om dit mogelijk te maken. 

Voorts dienen er in ieder geval maximale diplomatieke- en consulaire faciliteiten aanwezig zijn. 

De belangen van het volk werken immers door naar het beleid, naar de overheden en regeringen. 

Helaas is tot nu toe vooral het omgekeerde het geval geweest, waardoor burgers veelal de dupe zijn geworden, omdat zij zich niet vrijelijk konden bewegen of hun kinderen niet vrijelijk voor hun verdere ontwikkeling konden wegsturen. 

En dan heb ik het nog niet eens gehad over allerlei andere relaties voortvloeiende uit de diaspora zoals op het gebied van sport, cultuur, gezondheid, zorg, investeringen, handel, media, maar ook samenwerking ter verhoging van de gezamenlijke veiligheid en reductie van grensoverschrijdende criminaliteit, etc etc.

De toekomstige relatie tussen onze beide landen zal derhalve in een meer volwassen sfeer getrokken moeten worden, op basis van globalisering, regionalisering en interdependentie, waarbij de realiteit van vandaag en met name van onze beide volkeren centraal komt te staan. 

Daarbij dient ook beseft te worden dat Nederland al lang niet meer het enige buitenland van Suriname is. Wij zijn lid van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), de CARICOM, de Caribische gemeenschap, van UNASUR, de Zuidamerikaanse gemeenschap en van Selac, de Latijns-Amerikaanse Gemeenschap. 

Voorts zijn er op bilateraal niveau goede vriendschapsbanden met tal van andere landen. Dat betekent dat de relatie met Nederland dus in een geheel andere context komt te staan. Toch blijft Nederland voor Suriname een belangrijk buitenland, ook in strategische zin.

Chan Santokhi