Criminaliteit

Behalve een stijgende trend, merken wij al enkele maanden dat de criminaliteit ernstige vormen aanneemt. In stad, district en binnenland vinden dagelijks berovingen en inbraken plaats. Ze laten een spoor achter van geweld, vernieling en verdriet. Je kunt bijna geen krant openslaan of de TV aanzetten zonder nieuws over roofovervallen of inbraken te lezen of te horen. Ook op de diverse nieuwssites kunt u lezen over de gewelddadige roofovervallen. 

Slachtoffers van ernstige geweldsdelicten, roofmoord, en andere strafbare feiten lopen vaak trauma’s op en kunnen nergens terecht voor adequate hulp. Er is geen begeleiding van slachtoffers. Er is ook geen gerichte opsporing waardoor veel daders buiten schot blijven en ze gaan door met hun berovingen. 

Elke dag zijn er gemiddeld zes tot zeven zware geweldsmisdrijven en meer dan veertig inbraken. Het  criminaliteitscijfer is schrikbarend hoog maar dat wordt verzwegen. In een eerdere blog had ik al aangegeven dat de minister van JUSPOL in de criminaliteitsstatistieken alleen de cijfers ziet en zelden de mensen achter de cijfers. 

Wanneer de statistieken aangeven dat in een bepaalde periode de criminaliteit is gedaald, dan trekt de minister van JUSPOL daaruit de conclusie dat de samenleving veiliger is geworden, niets is minder waar. De criminaliteit en angstgevoelens nemen de overhand.

De minister heeft het vermogen niet om de problemen op te lossen en het ministerie te leiden, waardoor veiligheid, rechtsbescherming en rechtshandhaving systematisch in vier jaren tijd zijn teruggelopen. De minister is in conflict met de politie, de brandweer, de penitentiaire ambtenaren, de vakbond en de rechterlijke macht.

Zware criminelen die veroordeeld zijn wegens moord en verkrachting komen middels   “ Voorwaardelijke Invrijheidstelling” vroegtijdig vrij, en deze zware criminelen lachen ons uit. Verbijsterend is dat vooral deze zware criminelen gewelddadiger worden, en deze  gewelddadige delinquenten laten dan weer een spoor van geweld en vernieling achter.

Toen ik minister van Justitie en Politie was richtte mijn beleid zich op de ‘Zero-Tolerance’ benadering. Dit beleid was norm-handhavend. Het was bedoeld voor het vergroten van het normbesef, waarbij naast rechtshandhaving ook aandacht werd geschonken aan wetshandhaving. Hierbij werden naast de ernstige misdrijven ook de eenvoudige wetsdelicten aangepakt. 

Voorts ben ik als JUSPOL minister uitgegaan van de ketenbenadering binnen het ministerie tussen alle structuren en organen, maar ook naar alle stakeholders binnen de sector van de rechtsbescherming en veiligheid, zowel op nationaal als internationaal niveau. Het ging om het integraal ontwikkelen van het beleid om maximaal rendement te behalen. 

Mijn periode als minister werd gekenmerkt door een harde aanpak van de criminaliteit, in het bijzonder de drugshandel, en een strak, no-nonsense beleid op het gebied van naleving van wet en recht. Van de bikkelharde aanpak van drugscriminelen, die onder mijn leiding door justitie was ingezet, is nu weinig over. 

Toentertijd werkten we nauw samen met andere landen en inlichtingendiensten. Het is toen prachtig gegaan. We hebben topcriminelen hier, in Nederland, Brazilië en Colombia opgepakt. We hebben in Suriname FARC-mensen aangehouden. 

Maar er komt  een nieuwe regering en wat zie je: er wordt geen nieuw beleid ontwikkeld. Alle personen die belast waren met internationale samenwerking of informatie-uitwisseling, zijn van hun posities weggehaald. Men heeft vervolgens een poging gewaagd om personen met een dubieus verleden te belasten met de drugscontroles in Suriname.

Toen zijn de Amerikanen in het geweer gekomen. Die mensen zijn onder druk van de Amerikaanse anti-narcotica organisatie DEA weggehaald door de regering. Alleen het feit al dat je ze weghaalt onder druk, zegt iets over je intenties. De Amerikanen wisten wat de achtergronden waren van die personen.

We hebben als VHP ons veiligheids- en rechtsbeschermingsbeleid al ontwikkeld met integrale maatregelen voor de aanpak van alle vormen van criminaliteit en het terugdringen van het onveiligheidsgevoel. Voor de bestrijding van de criminaliteit laten wij niets aan het toeval over.  

Chan Santokhi